De mening van anderen. Fucks to give.

Ik wil al een tijdje een stukje schrijven over doen waar je blij van wordt, ondanks de mening of negativiteit van een ander. Ook als je het eng vindt. Die blog heb ik eindelijk geschreven nu. En onderaan vind je een (werkgerelateerd) stukje wat voor mij een klein beetje kwetsbaar voelt. Maar wat ik the hard way (en met hulp van psycholoog) leerde en vandaag gewoon maar out in the open deel. Want wie weet heeft iemand anders er iets aan.

Ik wilde het onderwerp zelf al langere tijd langs laten komen hier, en ik krijg met regelmaat de vraag hoe ik het voor elkaar krijg om me niets (of heel weinig) aan te trekken van de negatieve berichtjes, lelijke meningen, de haat, de (doods)bedreigingen via m’n insta en blog en de algehele zure woordenkots die we als politie met regelmaat over ons heen krijgen. Nou heb ik het alle haatsmurfen en toetsenbordhelden vrij makkelijk gemaakt want ik ben makkelijk te ‘bereiken’ als je me wilt vertellen dat je het leuk zou vinden als er een auto me dood zou rijden of dat je me graag wilt slaan. Dat kan namelijk via meerdere wegen. Een privé bericht op Instagram is verreweg de populairste. En de lafste trouwens. Maar dat ter zijde.

Maar, terug naar het geen of minder fucks geven om de mening van een ander:

Als er een handboek zou zijn voor het geven van geen of minder fucks om de mening van een ander, dan had de Lieke van vroeger hem graag gelezen als het gaat over schrijven. Want mijn grote liefde voor schrijven is meerdere keren (negatief) beïnvloed door de mening van anderen. Vanaf mijn tienerjaren ben ik altijd in meer of mindere mate bezig geweest met schrijven. En -jawel- altijd weer gestopt. Niet omdat ik het niet leuk meer vond hoor, maar simpelweg omdat ik te veel fucks gaf. Teveel fucks om wat anderen vonden van wat ik deelde/hoe ik schreef. De ik-geef-teveel-fucks trend zette zich door en ik stopte en begon echt heel wat keren.

Twee voorbeelden van teveel fucks geven die ik zelf nooit meer vergeet:

1. De leidinggevende van een ex die trouwe lezer bleek te zijn van mijn toenmalige blog. En dat op een gezellig bedrijfsfeestje tussen neus en lippen door onder het genot van een glas champagne met wat steken onder water en vol negativiteit duidelijk maakte. Het is dat het mijn eer te na was jankend de deur uit te rennen (en ik had hakken aan en dat rent zo klote) maar ik haalde wel mijn blog uit de lucht. Hij won en ik voelde me zwaar vernederd in het openbaar. (Overigens: Waarom las ie al m’n blogs maar kraakte ie me zo af? Doe lekker wat anders met je tijd zou je denken..)

2. Niet heel lang voor ik domeinnaam liekeschrijft.amsterdam kocht vertelde ik iemand wiens mening er toe deed over mijn toch steeds groeiende schrijfplannen en dromen. Ik had al een paar jaar geen blog meer (ik was weer eens gestopt..what else) maar schreef al weer vaak stukjes op Facebook, dat kon nog net volgens diegene.. maar echt een blog enzo, Nee. Dat was alleen maar aandacht vragen en ‘er zit toch niet echt iemand te wachten op jouw blogs’ …
Precies wat ik nodig had. Not. En dat van iemand wiens mening ik belangrijk vond…

GUESS WHAT? OOKAL ZAT ER ECHT NIEMAND TE WACHTEN OP WAT IK WILDE DOEN. DAT DEED ER NIET TOE, WANT IK ZAT ER ZELF OP TE WACHTEN!
IK VIND HET LEUK.
HET MAAKT ME BLIJ EN DAT ALLEEN AL IS REDEN GENOEG OM EEN MIDDELVINGER OP TE STEKEN NAAR ZO IEMAND.

Niet veel later deed ik dat trouwens ook. En dat was direct de laatste persoon die ik (tijdelijk) in m’n leven gelaten heb die me niet ‘cheerlead’ in doen waar ik blij van word. Overigens een kleine credit: Diegene heeft (jaren laten) excuses aangeboden. Dat vond ik dan wel dapper. Bij mij komt er niemand meer in mijn ‘inner circle’ die niet support dat wat mij blij maakt. Giet vooral gif in je eigen glas. Niet in het mijne. Nooit meer.

Liekeschrijft begon ik zonder politieblogs. Het schrijven over alledaagse dingen vond ik na best lang niet online geschreven te hebben leuk genoeg. Maar de kriebel om te bloggen over de politie ging maar niet weg. Hij werd alleen maar sterker, groter en duidelijker. Maar ook toen zag ik weer beren op de weg. Veel beren zelfs. Ik wist dat er commentaar zou komen. En dat er haat zou komen. Want haten op de politie is nou eenmaal een makkelijke tijdsbesteding voor voornamelijk toetsenbordhelden.

Maar anders aan deze keer was dat ik ook heel benieuwd en toch wel tegen bang aan was voor wat mijn eigen collega’s zouden vinden. Want ook al schrijf ik uit mijn eigen naam, toch deel ik politie verhalen. En was het iets wat nog niemand (zo ver ik weet) deed op de manier dat ik het wilde. En op zijn Liekes. En dat is niet altijd even subtiel of politiek correct. En ook niet altijd sociaal gewenst en top voor de politie / justitie organisatie.
Ik wist dat er geroddeld zou worden, zo gaat dat. Ik wist dat men grappen zou maken. De draak zou steken met dat wat ik zo ontzettend graag wilde gaan doen. In mijn gezicht en achter mijn rug om. Ik wist dat men een sterke mening zou gaan hebben. Ik wist ook dat er veel politieagenten zijn die vinden dat politiewerk iets is wat we niet moeten delen met de buitenwereld. Iets wat ik juist ontzettend graag wel wilde doen. Ik wist vrij zeker dat het zou gaan botsen.
En dat deed het ook toen ik er eenmaal mee begon. Maar lang niet zo erg als dat ik had verwacht.

Ondertussen werden en worden mijn politieblogs en Instagram posts met regelmaat heel vaak gelezen/leuk gevonden/gedeeld door collega’s. Wat ik een gigantisch compliment vind. En nog steeds vind. (Dus collega, als je dit leest en je hebt wel eens iets van me gedeeld ofzo: Ik waardeer het enorm!) Want ik weet hoe kritisch en hard mijn eigen collega’s (kunnen) zijn. Dat kritische heeft me ook vaak geholpen. Het maakt scherp, het liet me vragen stellen.. Aan mezelf maar ook aan collega’s. Het leverde mooie gesprekken op. Collega’s voelden herkenning. Stelden me lastige maar goede vragen. Ik ontwikkelde.
Het is soms moeilijk om te delen vanuit mezelf terwijl er duizenden zijn die met hetzelfde uniform hetzelfde werk doen. Maar ik heb er een manier in gevonden. Meerdere manieren zelfs. En dat ging met vallen en opstaan. En soms sorry zeggen. En vooral: Steeds minder fucks geven om meningen zodat ik authentiek mezelf kan zijn met doen wat ik zo leuk vind.

Als je het me diep in mn hart vraagt vind ik het natuurlijk niet leuk als een collega afkraakt wat ik zo leuk vind. Maar ik laat me er niet door beïnvloeden. En er om stoppen? Nee. Ik peins er niet over. Daar zijn tig redenen voor. Maatschappelijk gezien en persoonlijke. Maar de reden die ik het liefste noem en alles overkoepelend is:

Ik vind het leuk. Het maakt me blij.

En dat ik middels doen wat me blij maakt inmiddels een boel meer mag en kan doen en bijdragen: Dat is heel mooi en daar ben ik ontzettend dankbaar voor.
Dat mijn inbox soms volloopt met haat, (doods)bedreigingen en allerlei ander lelijks..
Dat kan ik gelukkig bijna altijd naast me neerleggen. Soms stuur ik ze een digitale ballon en nodig ik ze uit voor een bakkie slootwater op de Burgwallen. De opkomst is bedroevend laag trouwens. Of dat aan mij, aan het bakkie slootwater of aan de haatsmurfen ligt laat ik in het midden. Maar heel vaak doe ik er ook echt helemaal niks mee. Zonde van mijn tijd. Die besteed ik veel liever aan de positieve berichten en de oprechte vragen.

Je hebt mensen die het leuk vinden wat je doet, en je hebt mensen die het niet leuk vinden wat je doet. En dat zal altijd zo blijven. Het belangrijkste met alles is dat JIJ het leuk vind. Niet doen wat je leuk vind omdat er meningen gaan komen is zo ontzettend zonde.

Ik kan je natuurlijk niet zeggen dat je moet stoppen met fucks geven. Maar ik hoop dat als jij iets hebt, wat je graag wilt doen, maar niet doet omdat de meningen van anderen veel invloed op je hebben.. Dat je je eigen mening en gevoel gaat proberen bovenaan te zetten. Dat jij het leuk vind is genoeg. En kijk goed naar je omgeving. Seek those who fan your flames, zei Will Smith ooit. Verzamel cheerleaders om je heen, mensen die je vertellen dat je het kan. Mensen die met je mee denken. Met je mee groeien. En je niet in twijfel trekken. Kritische vragen stellen? Prima. Maar seek those who fan your flames, and not the ones who piss on your fire!!

Mensen die in onmogelijkheden denken gaan je niet helpen minder fucks te geven. Geloven in jezelf is niet altijd even makkelijk. Maar het is wel een stuk makkelijker als je mensen om je heen hebt die in je geloven. En als je zuinig bent met de fucks die je geeft aan de negativiteit en belemmeringen. Denk goed aan wie en wat je je energie ‘geeft’.

Dat laatste typ ik nu vrolijk terwijl dat bij mij ook echt nog soms mis gaat en ik loop te discussiëren met iemand over bijvoorbeeld het nut van social media als politie zijn waarvan ik eigenlijk al weet dat diegene ‘tegen’ blijft. Verspilde energie, zonde van mijn fucks to give. Ik had die tijd beter kunnen gebruiken om te brainstormen met iemand over leuke ideeën of plannen.

Wat je ook wil gaan doen of doet:
Er zullen ALTIJD mensen ‘tegen’ zijn. En ALTIJD mensen ‘voor’. Het is aan jou waar je je tijd aan besteed. Dat wat je aandacht geeft, dat groeit. (Oh jongens wat ben ik lekker corny in m’n uitspraken vandaag)
Wees niet te perfectionistisch. Als je wacht tot alles perfect is.. dan ben je onrealistisch en begin je precies nooit. Begin gewoon, doe, probeer. Ga op je bek, krabbel overeind, pas je strategie aan, ga door. Zoek naar mensen die doen wat jij graag wilt doen, of iets wat er op lijkt en leer van ze. Waarom zou een ander het wel kunnen, en jij niet?

Mensen zullen altijd wat van je vinden. En het mooiste is: Dat mag. Maar is het aan jezelf om de skill van het minder fucks geven te ontwikkelen. Want het is een vaardigheid als je het mij vraagt. Ik denk dat we van nature allemaal fucks geven om wat anderen van ons vinden. We willen gewoon graag aardig enzo gevonden worden. En natuurlijk zou ik het leuker vinden als men het leuk vind wat ik schrijf of deel. Maar bovenal is het belangrijk wat ik er zelf van vind. IK vind het leuk. Dat telt. (En als je het niet leuk vind wat ik doe, hoef je er niet lelijk over te doen, je kan het ook gewoon simpelweg niet volgen en lezen. Dat is aan jou.)

En dan is het nu tijd voor mijn misschien een beetje kwetsbare stukje:
Besef je dat het vaak niet eens de daadwerkelijke mening is van iemand.
Maar dat wat jij DENKT dat iemands mening is of gaat zijn. Dus dan is het allemaal gewoon een belemmerende gedachte van jezelf. Dit leerde ik vorige jaar van een psycholoog. Toen ik wat sessies had om om te leren gaan met de restklachten (en vooral mijn eigen gedachten daarover) van m’n hersenschudding. Ik vertelde dat ik het lastig vond dat ik soms niet goed uit mijn woorden kwam, ‘boos’ was op de hoofdpijnen, een verspreking maak en dat ik soms struikel over letters of dat ik de woorden niet meer goed over kon brengen op papier in bijvoorbeeld de nachtdiensten. En dat ik dan dacht ‘wat zullen mijn collega’s wel niet denken’. En ik bleef maar boos op de daders. (Dat laatste ben ik overigens nog steeds maar ik ben er minder mee bezig dankzij de psycholoog)


Dat ik dit nu schrijf, wetende dat er veel collega’s meelezen, zegt voor mezelf al genoeg hoeveel stappen ik daar in heb gemaakt. Want hey: ALS ze al iets (negatiefs) zouden denken van mijn soms gestuntel met woorden/letters.. Dan is dat helemaal zo erg niet. Misschien horen ze een verspreking of iets wat niet helemaal klopt over de portofoon, en lachen ze er samen even om. Misschien is er een collega die denkt “Nou Liek dat verbaal schiet niet echt op he” … En guess what: Het is oke. Ik vind het nog steeds klote dat ik restklachten heb door een hersenschudding die Jan en ik (ongevraagd) kado kregen door een stel klootzakken. Misschien heb ik een seconde langer nodig om te bedenken wat ik wil zeggen over de portofoon of in een pittig gesprek, een seconde die ik voor die hersenschudding niet nodig had. Maar ik ben blij dat het me niet laat tegenhouden. Ik wil nog steeds ontzettend graag overal met mijn sensatiezoekende neus vooraan staan. En ik hou van mijn werk. Ik doe mijn best om een goed proces verbaal te maken, ookal lukt dat soms niet altijd even snel. Ik vind die versprekingen, niet op woorden komen of andere restklachten die ik kado gekregen heb echt volledig kut. Maar ik hou mezelf tegen om alvast in te vullen wat een collega er misschien van zou vinden. Gewoon omdat dat echt helemaal nergens positief aan bij gaat dragen. En zeker niet aan doen wat ik leuk vind: Mijn werk, en schrijven. En ook niet aan het herstel van die restklachten trouwens.Ik weet niet of dit nou een goeie motiverende blog is geworden om je te vertellen dat je zuinig moet zijn op waar je je fucks om geeft. Maar asjeblieft geef fucks om dingen die er ECHT te doen. Geef fucks om je vrienden, om je gezondheid, je kinderen, om je hond, om chocola, om de zonsondergang, maar geef asjeblieft zo weinig mogelijk fucks om de (voor jou belemmerende) mening van een ander. En verzamel mensen om je heen die je cheerleaden. Ik cheerlead je alvast digitaal vanaf hier! Doe wat je blij maakt en geef daar heel veel fucks om. Liefs, Lieke

Related Posts

Leave a comment