Politiehumor. Grove grappen en zwarte randje aan het mooiste werk van de wereld.

We racen met zwaailichten en ons clublied (la lu la lu), de navigatie eruit, parkeren met piepende banden op de stoep, trekken de AED uit de achterbak en rennen de woning in. Er ligt een man op de grond, hij ziet er ongezond bleek uit en ligt in een beetje bloed bij zijn hoofd. Wij starten direct de reanimatie. Ik begin met borstcompressies, ondertussen knipt mijn collega de kleding los en plakt de stickers van de AED op de borst van de man.

De meldster is de buurvrouw en die staat naast ons te schreeuwen “Het kan niet, hij heeft volgende week zijn laatste chemo en dan is hij klaar! Hij is alleen maar van z’n stoel gevallen!” 
Ik probeer tijdens het reanimeren de vrouw enigszins te kalmeren. Vrij kansloos natuurlijk. Maar meer kon op dat moment niet. Want ja, multitasken tijdens het reanimeren is vrij lastig. Zelfs voor vrouwen.
Ik ben blij als ik de ambulance sirene hoor en ze de kleine woonkamer komen binnenrennen. 

(Kleine sidenote in dit verhaal: Laat mede hierom asjeblieft altijd onze ‘deurklem’ op de deur zitten. Lijkt een leuke onschuldige grap om die eraf te halen/te jatten maar de dan dichte deur kan serieus een leven kosten!) Een deurklem is een plastic klem die wij op deuren klikken die we graag open willen houden. Dan valt de deur niet in het slot en kan er iemand naar binnen zonder dat we vanuit binnen de deur weer open zouden moeten doen. Handig voor politie, brandweer en ambulance!

Als een geoliede machine werken we samen en woonkamer is binnen een paar minuten veranderd in een georganiseerde puinhoop.
Bloed, medische apparatuur, medicatie, verpakkingen..
Er worden wat medische termen in de rondte geroepen. De ambulance-mensen houden het hoofd koel. Ik vind het altijd knap hoe goed zij werken onder druk. 



IMG_9275.JPG

Honger

Een foto waar ik lekker schaamteloos blij sta te vreten. Ik kreeg hier een Liga en een mueslireep van lieve bewoners van een pand waar we uuuuuren bij het lint na een schietpartij (vandaar het extra zware kogelwerende vest) stonden. Ik had alleen ontbeten en was dus HEEL blij met ze!

Een ook toegesnelde motoragent zit inmiddels boven met de buurvrouw die ons gebeld had. Zij was goed bevriend met de man waar we een flinke tijd mee bezig zijn. We zetten ons met zijn allen volle bak in om zijn leven te redden. Tevergeefs. 

De ambulancebroeder schudt zijn hoofd “We stoppen ermee..” Wij brengen het slechtnieuwsgesprek zoals dat heet. Dat went nooit. En leuk of makkelijk wordt het ook nooit.

Schijnbaar had de buurvrouw al de vriendin van de man en zijn dochter in kennis gesteld. Wij wisten daar echter niets vanaf en worden overvallen door zijn vriendin, dochter met kleindochter op de arm en een goede vriend die ineens in de woning staan. Al deze mensen houden heel veel van de man die zojuist dood is verklaard. 

“Opa beetje moe?” 

Oorverdovende stilte.
Fuck. Ik zou niets liever willen dan ja zeggen tegen het meisje met het vrolijke palmboompje bovenop haar hoofd. Iedereen staat beneden in de woning apathisch voor zich uit te staren.  Er is even niets over van de paniek. Het is nu pure ongeloof.
“Maar hij was bijna beter.. dan kan hij toch niet nu dood zijn?” stamelt zijn goede vriend. Jawel. Hij is hartstikke dood. Het is oneerlijk.

Als we anderhalf uur later bovenop een zich tegen zijn aanhouding verzettende winkeldief zitten met flink hogere leeftijd dan de gemiddelde winkeldief zeg ik tegen mijn collega terwijl we de man met heel veel moeite in de handboeien frommelen: “Deze opa is niet een beetje moe”
Mijn collega snapt de slechte humor en moet hardop lachen. Wat voor een vreemde situatie zorgt natuurlijk. Want al worstelend toch nog moeten lachen is een redelijk gekke combinatie. 

Later hoorde ik via collega’s van het cellencomplex dat deze oudere man jarenlang gebokst had. Dat verklaarde zijn super-opa-kracht.
“Wij zijn lekker sportief vandaag Liek, reanimeren, partijtje opa-worstelen, wat gaan we nu doen? Cardio? Lekker stukkie rennen achter een straatrover aan?” 
“Krijg de tering, het zweet staat in m’n bilnaad, ik doe precies niks meer, ik heb trek in m’n tosti’s!” 

Kort daarop komen we dezelfde bikkels van de ambulance tegen bij een ongeval. Een vrouw die met haar telefoon bezig was op de scooter is ten val gekomen en heeft een flinke schuiver gemaakt over het wegdek. Ik loop naar de ambulancebroeder toe om de situatie uit te leggen terwijl m’n collega nog bij de vrouw zit en haar geruststelt tot de ambulance er is. Ook zij gebruiken humor om met heftige dingen om te gaan:
“Hey! Jij weer hier, deze leeft nog, dat is wel fijn! Maar je timing is een beetje ruk, we wilden net gaan eten!” Ik zing zachtjes en uiteraard zo vals als een kraai:
“Vandaag is rood, de kleur van haar juurruukk. En ik heb verdomme ook honger..”
“Ahaha! Kijk je uit voor de ramen van m’n ambu!”
Pokerface op en samen lopen we naar de gevallen vrouw.
Haar witte jurk is kapot en rood van het bloed. Wij noteren gegevens, stellen haar vader in kennis dat ze in het ziekenhuis nagekeken gaat worden en zetten de scooter op slot. Die is voor latere zorg. Niets gebroken en geen hersenschudding blijkt als we haar later terug bellen om te vragen hoe het gaat.
“Ik vind het wel een goed excuus voor het kopen van een mooie nieuwe jurk, deze is naar de gallemiezen”  “Mooi rood is niet lelijk hoor mevrouw”
We lachen nog even aan de telefoon, ik ben blij dat het goed gaat met ‘dr. En dat ze weer kan lachen terwijl ze toch flink pijn heeft door alle schaafwonden.

Als je ergens met humor mee om wilt gaan, dan moet de humor nog grover zijn dan de realiteit. En de realiteit is bij ons en vele andere hulpverlenende- en zorgberoepen vaak zo heftig dat de grappen weer een overtreffende trap moeten zijn van iets wat toch al heftig is. Grappen over dood/bloed/geweld worden dan ook vaak gemaakt. Ik persoonlijk maak ook vaak grappen over het hebben van honger in combinatie met een melding.
“Nou wordt mijn patat koud omdat hij bedacht dat hij een overdosis moest nemen, kon ie daar niet even tien minuutjes mee wachten?!” bijvoorbeeld.
Nu zal je misschien denken dat het slechte respectloze dingen zijn maar ik kan je verzekeren dat bij elke reanimatie of wat voor een poging dan ook om een leven te redden of iemand te helpen er altijd met heel veel respect gehandeld wordt. Bij een melding van een reanimatie of iets anders waarbij seconden tellen bijvoorbeeld laat iedereen in een nanoseconde vallen waar ze mee bezig zijn en rent het bureau uit. Je treft ook regelmatig een lege kantine met volle bordjes/bakjes eten aan.
Ook in het geval van de vrouw die ten val gekomen was, is er alles aan gedaan om haar zo goed mogelijk te helpen.  Maar er wordt wel met humor mee omgegaan. En dat is fijn vind ik.

Humor is een manier van met dingen om gaan. Ook grove humor. Als we niet meer samen kunnen lachen, dan denk ik dat het werk meteen veel zwaarder zou zijn. Niet lang geleden postte mijn vriendinnetje Tess (die ook bij de politie werkt) een filmpje van een collega welke bij het NH nieuws een interview gaf over PTSS. Daar reageerde iemand onder met “If you can’t take the heat get out of the kitchen” 
Een andere reactie kwam van een collega:
“Onze ogen en ziel zijn veel ouder dan onze eigen leeftijd”
Deze beide opmerkingen raakten me. 

De eerste maakte dat het me motiveerde om te schrijven over het zwarte randje dat er aan ons prachtige werk zit. En de tweede raakte me omdat ik me realiseerde dat dat de beste kort-maar-krachtige omschrijving was die ik tot nu toe gelezen of gehoord heb over heftige incidenten.

Iedereen kent bepaalde beroepsdeformatie. Dingen die niet normaal horen te zijn worden normaal. Zaken die je misschien zouden “moeten” raken, die raken je niet meer zo. Je hebt een soort muurtje opgebouwd. Het komt niet meer rauw en keihard binnen. De grens van wat je normaal vindt, vervaagt.
Steeds meer wordt normaal. En ik persoonlijk denk dat dat wel ‘goed’ is. Zolang je je er maar wel bewust van bent. Als alles in ons werk je persoonlijk raakt, dan word je gewoonweg te vaak geraakt. Als alles binnenkomt in je gevoel, hoofd en hart zoals je zintuigen het waarnemen, wordt het een puinzooi in je lijf. Dan verlies je de controle over de laatjes met meegemaakte zaken. Je kan ze dan niet meer zelf open of dicht doen maar leven ze een eigen leventje, gaan ze open en dicht wanneer het jou níet uitkomt. Je krijgt allerlei side effects die je niet wil. Je verandert langzaam in een schim van jezelf. En dat heeft natuurlijk weer invloed op alles en iedereen om je heen.

Zolang je praat over wat je voelt, aangeeft als het emmertje toch wel aan de volle kant is, kwetsbaar durft te zijn naar je collega’s en in je privé, dan gaat het vrijwel allemaal goed. 

En soms is het ook goed om even bewust gemaakt te worden. Door collega’s of een buitenstaander er even op gewezen worden dat het niet normaal is. Ook al weet je dat, soms is het goed het even te horen.

Kort geleden reed ik op de noodhulp auto van ons bureau met K. K en ik kennen elkaar al ontzettend lang en weten ook best wat van elkaars leven. We kregen we een niet alledaagse melding waarbij waarbij we benieuwd waren wat het verhaal er achter was.
Een uur later. Heel veel gepraat, getroost, veel empathie getoond en positieve energie in de situatie gestopt.
Ik plofte weer achter het stuur, en het eerste wat ik nodig had was een slok hete thee uit m’n thermosfles en een momentje voor mezelf. Ik ga er niet verder op in, maar BAM, deze melding had me geraakt.
Hij kwam binnen, DWARS door mijn muurtje heen. Rauw. Keihard. Even een paar minuten baalde ik ervan. Want waarom reanimeerde ik een paar dagen hiervoor nog iemand en stond toen een paar minuten daarna alweer gekke dansjes te doen met een stuk chocola in mijn mond? Waarom stonden de tranen me nu nader dan het lachen en had ik zelfs geen zin in chocola?
Maar vrijwel direct daarna vertelde ik K wat er was. Zij begreep me, en een beetje kletsend erover reden we naar het bureau voor de administratieve rompslomp die erbij kwam kijken. Ik praatte het even van me af en voelde me al gauw weer beter. 

“Gek” is dat deze melding die zo dwars door mijn muurtje heen kwam er eentje was waarbij je het niet zou verwachten. Het was tenslotte geen dood, verderf, bloed, geweld of iets in die richting.
Dat geeft maar weer aan dat het van alles kan zijn wat iemand raakt.
Het rotgevoel duurde gelukkig niet lang, het praatje met K was genoeg om weer gemotiveerd verder te gaan met de dienst. 

Ik weet dat praten helpt. Ik voel me veilig op mijn werkplek om te zeggen als het even niet gaat. Ik heb ook werkplekken/tijden gehad waar ik dat niet goed durfde. Of heel erg selectief durfde. En als die paar collega’s waarbij ik het wel durfde er dan niet waren? Ja, dan slikte ik het in. En ik denk dat we allemaal weten dat ergens niet over praten niet goed is..

Een veelgemaakte [sarcastische] opmerking bij ons op de werkvloer is:
“Ik heb recht op een veilige werkomgeving!” 
Meestal wordt die gemaakt als de kerstballen je om de oren vliegen, er iemand je koffie afpakt of er smerige grappen worden gemaakt terwijl jij net je avondeten naar binnen propt.
Maar niets is meer waar, ondanks dat wij het meestal sarcastisch roepen: Iedereen heeft recht op een veilige werkomgeving. Daar waar je kan zijn wie je bent. Daar waar je kan zeggen: “Mijn emmertje zit even vol” of “Ik wil vandaag even niet op de noodhulp (de 112 meldingen rijden) want ik zit niet lekker in mijn vel” 
Daar waar je aan kan geven dat het niet goed met je gaat.

Dat je je niet schaamt als de tranen achter je ogen branden als je het bureau net binnenstapt voor de nachtdienst in je tokkie outfit en de woorden “Hey meissie wat is er…” genoeg zijn om je keihard te laten janken.. Op dat moment zelf haat je die collega’s, die dwars door je heen prikken. Je maatjes. Bij mij zelfs ook m’n zogenoemde “zorginspecteur” Kut. Sta ik verdomme te janken in de dienstwissel. Top. Maar het mooie eraan is dat wel alle emoties er mogen zijn. Tranen van het lachen, grove smerige humor, tranen van verdriet of frustratie, stoeipartijen, knuffels. Alles kan, mag en is oke. Als er een probleem is dan wordt het ook op die manier geuit. Men schreeuwt het ongeveer letterlijk door het bureau heen. Maar hey, beter duidelijk dan helemaal niet. En het scheelt achterbaks gelul.

Ik gun iedereen een werkplek waarbij je kan zijn wie je bent, voelen wat je voelt en dat ook uiten.
Maanden geleden zat een van de collega’s van mijn bureau tegen haar tranen te vechten in de briefing toen er een compleet gestoorde levensgevaarlijke idioot weer vrij bleek te zijn. Middels een sheet in onze briefing werd dat aan alle collega’s medegedeeld.
Een soort van “Let op, deze gevaarlijke idioot is weer in de wijk!” 
Hij had zeer heftige taal en bedreigingen naar haar geuit. Niet meer gericht tegen haar uniform, maar echt tegen haar.
Dat in combinatie met zijn verleden en alles waar wij / justitie hem toe in staat acht(en), maakte dat zij het heel heftig vond dat ze hem weer tegen kon gaan komen. En ons werkgebiedje is net een overbevolkte postzegel die ontzettend veel criminaliteit aantrekt dus de kans dat je hem daadwerkelijk tegenkomt is groot.
Gelukkig sprak zij uit wat ze voelde. Met bijbehorende emotie. Het maakt het besef weer even duidelijk. We zijn geen robots, we zien meer en maken meer bizarre dingen mee in een jaar dan dan een gemiddelde burger in zijn of haar hele leven.  En ja voor ons werk heb je een dikke huid nodig. Als je ziel te teer is, en je gaat huilen bij elke “fuck you” en elke blauwe plek of ingescheurde nagel moet je je denk ik afvragen of je wel op je plek zit bij de politie. Maar we blijven wel mens. Of je nou een uniform aan hebt of niet.
Niet alleen hield iedere collega een oogje extra in het zeil of we de desbetreffende man zagen. Ook hield iedereen haar in de gaten. Want zo is onze blauwe familie. En dat is mooi, we zorgen voor elkaar.

Moraal van dit verhaal heb ik eigenlijk niet. Ik hoop een klein stukje duidelijk te maken over dat het allemaal oke is. Dat alle emoties er mogen zijn en erbij horen. En dat we met humor, sarcasme en grove grappen een heel eind komen. Het is een manier van met dingen omgaan. En er natuurlijk over praten. 

Maar dat ook wij kwetsbaar zijn. Ook wij hebben een breekpunt. Incidenten die je triggeren, zaken waarmee je slecht kan omgaan. Dat ene rottige incident wat ineens wél door je muurtje komt. Of gewoon heel simpel een heftige bedreiging of scheldpartij/belediging die ineens niet meer alleen tegen je uniform is, maar écht tegen jou in persoon. 

We zijn niet allemaal macho’s met veel spierballen en weinig gevoel. Ik hoop dat dit stukje niet overkomt als een “Ahh gossie” verhaal, maar een inkijkje in hoe we met sommige dingen omgaan, hoe we zijn/werken en vooral ook gewoon mens zijn. 

Ps. Mocht je deze blog beledigend, respectloos of op een andere manier grof/ongenuanceerd vinden, dan hoor ik het graag. Ik wil namelijk juist belichten hoe we met zaken omgaan en wat ik er belangrijk aan vind. Ik heb geen enkele intentie iemand ermee te kwetsen. Het tegenovergesteld juist eerder. 

Het mooiste beroep van de wereld, maar soms met een heftig zwart randje.

Related Posts

Comments (28)

Jesus Lieke die komt binnen.
Zo herkenbaar en vooral dat muurtje en blij om te horen dat je je shit gewoon kan uiten bij je collega’s (bij ons is dat nog heel moeilijk, teveel macho cultuur nog)

En die zwarte humor gebruik ik ook veel al kan niet iedereen daar tegen, maar dat is een manier om ermee om te aan.
De meeste mensen die het niet snappen maken niet dat soort dingen mee
mega respect voor je werk.

Jesus Lieke die komt binnen.

Zo herkenbaar en vooral dat muurtje en blij om te horen dat je je shit gewoon kan uiten bij je collega’s (bij ons is dat nog heel moeilijk, teveel macho cultuur nog)

En die zwarte humor gebruik ik ook veel al kan niet iedereen daar tegen, maar dat is een manier om ermee om te aan.
De meeste mensen die het niet snappen maken niet dat soort dingen mee
mega respect voor je werk.

Hey lieve Henk..
Ik vecht heel hard tegen die macho cultuur. En het grappige is, mijn bureau is best een macho bureau. Vol met stoere kerels/vrouwen. Maar toch kan je wel zijn wie je bent. Ook als het janken en dikke ellende is.
Ben trots op mijn bureau. En dankbaar dat ik er mag werken. En dankbaar voor mn maatjes uiteraard.

Dikke knuffel voor jou in deze heftige tijd en tot snel!

Mensen die bekend zijn in de ‘blogwereld’ hebben vaak een niet-aangeboren allergie voor het woord ‘herkenbaar’. Ik ook..!

Ik zou echter niet weten wat ik dán zou moeten schrijven…

hahahaha nou… dan zeg ik maar gewoon: Bedankt.
En bedankt voor het lezen!

Lieke jou verhaal is mijn verhaal maar dan in het kwadraat. Bij mij ging het plotseling fout. Ok vecht er nu nog tegen. Pas op goed je zelf.

Heftig.. Bij mij gaat het gelukkig allemaal goed zolang ik er af en toe even over praat.
En als het fout gaat, kan je niets aan doen.. Ik hoop dat je hulp hebt, alleen vechten is te zwaar. Dankjewel voor je eerlijke reactie. Liefs

Super mooi stuk, recht uit het hart. En gelukkig is er humor om zware/ verdrietige en ellendige dingen te kunnen te relativeren. (Herkenbaar ook)

Dankjewel! Ja.. ik ben gek op humor. En juist voor het relativeren erg fijn. Maar soms ook zo zwart en eigenlijk soms zelfs ziek.. Dat het een beetje uitleggen aan de buitenwereld denk ik geen kwaad kan.
Dankjewel voor het lezen!

Hoi Lieke, wat een herkenbaar stukje!! Na 4 jaar Korps Mariniers en 30 jaar Politie Amsterdam ben ik vorig jaar ontslagen bij de Baas ivm PTSS. Ik kon het niet meer relativeren! Mede door de reorganisaties waardoor je niet meer met "vaste" groepen en/of partners werkt. Fijn dat jij het wel kan!! Blijf zoals je bent en trek op tijd aan de bel! Ik heb het helaas niet kunnen doen 🙁
Frans

Wat ontzettend kut.. Ontslagen worden ivm PTSS .. Heb er geen geschikte woorden voor..
Ik pleit ook voor vaste(re) groepen. Kleinschalig hou je elkaar toch beter in de smiezen. Ik heb gelukkig wel de mazzel tegenwoordig. Maar ook jaren gehad waar dit anders in was. Daarom koester ik dit nu extra.
Dankjewel voor je open en eerlijke reactie. En voor het lezen. Ik stuur je een digitale knuffel. En bedankt voor al je jaren inzet. Wat doe je tegenwoordig? Ben je wel iets anders gaan doen of gaat dat niet?
Liefs

Hoi Lieke, voor een collega heel herkenbaar. Voor de “burger” misschien niet en dan is dit stukje van jou een eye-opener. Aan het einde van mijn 45 jarig dienstverband heb ik een onderzoek gedaan naar PTSS. Met als motto: hoe kunnen leidinggevenden beter omgaan met collega’s die PTSS hebben. Ik heb ongeveer 90 collega’s gesproken die PTSS hebben en veel van wat jij omschrijft komt bij hen terug. Goed dat jij een werkplek hebt waar je opgevangen wordt. Velen hebben/hadden dit niet en zitten nu thuis. Ik ben nu een jaar met pensioen en geef , in het land, nog steeds presentaties over collega’s met PTSS in de hoop dat onze organisatie dit beter gaat oppakken maar ook de collega’s onderling meer oog voor elkaar hebben zoals jij dit hebt. Koester dit !!

Hoi Lex!
Leuk om jou reactie hier te lezen! Ik heb je presentatie gehad over PTSS vorig jaar op een dag van het TCO.
Er valt op het gebied van PTSS denk ik nog een boel te "Eye-openen" en de enige manier om dat te doen is over alles praten wat er maar te bepraten valt. Weg met de taboe bullshit..
Mooi wat je doet Lex, en ontzettend belangrijk. Ik koester mijn collega’s zeker. Heb ook werkplekken gehad waar ik het heel ander heb ervaren. Dus ik zal mijn best voor iedereen doen, en tegelijk koesteren wat ik heb.

Suzanne van der Velde

Ik vind het het mooiste dat ik ‘blauwe families’ ben tegengekomen die ook zo met dingen dealde binnen mijn gehoorsafstand en later ook het respect hadden om met mij erover in gesprek te gaan, ook dat ik er verder overstuur van was geraakt.

Dat waren echt mooie gesprekken voor beide kanten. Uitleg én begrip voor elkaar. Eigenlijk zouden meer mensen dat moeten doen vind ik, in plaats van een klacht, een gesprek waarom je over de zeik bent geraakt en waarom gezegd is wat er is gezegd.

Hoi Suzanne,
Ik zit al eventjes te bedenken hoe te reageren op je reactie.
Als eerst: bedankt. Voor je eerlijkheid en je verhaal.
Knap ook dat jij erover in gesprek wilde. Ik kan me heel goed voorstellen dat je alleen maar allemachtig boos zou zijn zonder nog enig gesprek te willen en gewoon een klacht in te dienen.
Ik ben ook een keer met het lood in mn schoenen naar iemand toe gegaan iets uitleggen wat eigenlijk niet uit te leggen viel. Schaamde me dood, maar tegelijk was het voor mij ‘de’ manier om iets wel te handelen..

Fijn dat het een mooi gesprek is geweest. Zo blijkt maar weer dat praten toch altijd belangrijk is.

heel mooi verteld hoe jullie omgaan met de dingen die het voor ons als burger veiliger maken.

Dankjewel, ik hoop dat het voor de niet-politie/hulpverleners een beetje een inkijkje geeft op iets wat misschien niet buiten de werkvloer duidelijk is.. Als je vragen/tips of suggesties hebt om over te schrijven hoor ik ze graag. Juist voor de niet-politiemensen.

Omschreven zo als het is. Mooi

Dankjewel!

Mooi stukje Lieke, je omschrijft veel herkenbare dingen en ben blij dat je ergens werkt waar er goed op elkaar wordt gelet. Helaas heb ik zelf die ervaring niet. Wat ik in dit stukje mis is dat er buiten werkgerelateerde zaken soms ook persoonlijke zaken spelen waardoor je het even niet meer trekt om die noodhulp in te gaan. Mijn ervaring is dat hier weinig aandacht en begrip voor is en dat er verwacht wordt dat je met al je emoties gewoon die noodhulp auto instapt. Jammer dat er bij mij toen niemand was die zei " jij gaat nu even niet de auto op". De gemiste steun van de organisatie heeft er bij mij voor gezorgd dat ik er na 20 jaar voor heb gekozen om ontslag te nemen. Heel jamner want werken bij de politie was altijd mijn grote droom. Maar ik kan nu 5 jaar later wel zeggen dat mijn werk nu, met daklozen en verslaafden, er voor heeft gezorgd dat ik weer op een andere frisse manier naar dingen kan kijken.

Hoi Mariette, wat klote om te lezen dat er weinig aandacht en begrip is voor je persoonlijke situatie. Ik weet heel goed hoe die werk kunnen beïnvloeden, en heb ook gehad dat ik dat niet durfde te delen. Vreselijk. Ik hoop dat er een tijd gaat komen dat overal begrip voor is.
Wat jammer om te horen dat je je grote droom hebt verlaten, juist om die reden. Het zou niet mogen 🙁 Fijn dat je wel weer een mooie werkplek hebt! De daklozen en verslaafden vind ik ook een erg interessante (moeilijke) doelgroep. Respect!

Prachtig lieverd.

Mooi verhaal, rauw maar wel de realiteit, ik had en heb altijd respect gehad voor jullie maar hierdoor nog meer en ja het mooiste is als je kunt relativeren en zoals jij doet van je afschrijven, knap !

Hoe doe je dat? Bezig zijn met een reanimatie en vervolgens een patatje eten en iemand die onderuit is gegaan met een brommer weer op de been helpen? Nou…. zo als jij beschrijft. Daarom lach ik ook altijd naar jou/jouw collega’s, zwaai of geef een knipoog en als ik een van jullie in uniform tegenkom, en de situatie laat het toe, geef ik altijd aan dat ik veel respect heb voor wat jullie doen.
Diepe buiging!

Groet,
Maurice

RESPECT!!! Petje af!! Als ik een petje zou hebben 😉😂

Ik werk zelf op een behandelgroep voor jongeren met gedragsproblemen. Wat jij noemt over je muurtje, het gebruik van (grove) humor en je persoonlijke emmertje is ook heel herkenbaar in dat werkveld. Vorig jaar heb ik gesolliciteerd bij de politie, viel helaas bij het PO af. Als ik dan deze blog van jou lees, vraag ik me wel af of iedereen op één lijn zit. Er werd toen zo gesproken over “als agent ben je 1 persoon” en leken ze niet te begrijpen wat ik vertelde over dat ik op mijn werk toch echt een andere “houding” aanneem dan in mijn privé. Want ook al die shit van op mijn huidige werk wil ik niet allemaal mee naar huis nemen. Als ik jouw blog dan zo lees dan is er bij jullie juist veel begrip voor. Dit jaar mag ik hopelijk opnieuw een poging doen! Ik kan niet wachten!

Hey Lieke,
Super knap dat je dit soort blogs durft te schrijven. Super mooi om te horen dat die blue family goed voor elkaar zorgt! Ik ben nu 13, maar het lijkt me tof om ooit bij de politie te werken. Maar tegelijkertijd lijkt het me ontzettend heftig en moeilijk werk. Toch wil ik het eigenlijk wel. Erg fijn om zo alle kanten te mogen zien. Ik hoop dat mensen beseffen dat geweld tegen hulpverleners moet stoppen, maar weet dat ik heel veel respect voor jullie heb!

Hallo Lieke,
Wat ben ik blij dat ik jouw blogs gevonden hebt. Ze zijn mooi geschreven en heel goed te lezen. Ik denk dat deze grappen in ieder beroep wel gemaakt worden. En ik denk dat in een mannenwereld (wat politie werk natuurlijk nog steeds grotendeels is) er altijd wel grove humor is. Wellicht meer of anders dan bij vrouwens?
Ik merk bij inzetten van de EHBO dat er best wat afgelachen wordt. Ook over slachtoffers. En dan is het niet omdat we iemand pijn of een verwonding gunnen of toewensen want anders waren we er niet om deze mensen te helpen. Je moet kunnen praten over wat je dwars zit. En als dat met galgen humor moet dan moet dat maar. Ik zelf heb na een heftig slachtoffer altijd even een kop koffie/thee nodig. En waarschijnlijk vertel ik het verhaal nog een keer of honderd tegen iedereen die het horen wil. Maar ik zal er niet slechter door slapen. Hopelijk helpt dat in de toekomst ook als ik (hopelijk) mee mag rijden op die grote rode vrachtwagens.

Groet,
Sjors

Leave a comment